| 1. |
ALGEMEEN |
|
1.1. |
Het Rasspecifiek Fokreglement voor het ras Engelse Springer Spaniel beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Engelse Springer Spaniel zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de rasvereniging voor de Engelse Springer Spaniel Club Nederland. Dit rasspecifiek fokreglement is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de Engelse Spaniel Club Nederland op 26 oktober 2008. Inhoudelijke aanpassingen van dit rasspecifiek fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de Engelse Spaniel Club Nederland. |
|
1.2. |
Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle gecertificeerde fokkers van de rasverenging voor de Engelse Spaniel Club Nederland en voor alle overige fokkers die lid zijn van deze rasvereniging. |
|
1.3. |
De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement. |
|
1.4. |
Voor de gecertificeerde rasverenigingen is hoofdstuk (hoofdstuknummer nog in te vullen) “Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers” van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement. |
|
|
|
|
| 2. |
FOKREGELS |
|
2.1. |
Verwantschap: beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als: ouder-kind of als (half)broer-(half)zuster. |
|
2.2. |
Herhaalcombinaties: de combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is 2 maal toegestaan. |
|
2.3. |
Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 12 maanden zijn. |
|
2.4. |
Aantal dekkingen: een reu mag maximaal 3 nesten per kalenderjaar voortbrengen, met een maximum van 10 dekkingen gedurende zijn hele leven. |
|
2.5. |
Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij. |
|
2.6. |
Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een Nederlandse gecertificeerde fokker voor een dekking een dekreu gebruikt die in het stamboek van een buitenlands door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen die voor dekreuen in dat betreffende land gelden. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker. |
|
2.7. |
Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): bevruchting door middel van kunstmatige inseminatie is toegestaan. |
|
|
|
|
| 3. |
WELZIJNSREGELS |
|
3.1. |
Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 24 maanden. |
|
3.2. |
Maximum leeftijd teef: de teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud wordt. |
|
3.3. |
Maximum leeftijd 1e dekking teef: de teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan 72 maanden. |
|
3.4. |
Periodiciteit nesten: een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden. |
|
3.5. |
Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal 4 nesten krijgen. |
|
|
|
|
| 4. |
GEZONDHEIDSREGELS |
|
4.1. |
Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen. Buitenlandse ouderdieren dienen te voldoen aan de door de FCI opgestelde regels in het land van herkomst. |
|
4.2. |
Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend. |
|
4.3. |
Verplichte onderzoeken: op basis van onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren worden onderzocht: |
|
|
4.3.1. |
Heupdysplasie: ouderdieren moeten conform het onderzoeksprotocol zijn onderzocht op heupdysplasie waarbij de volgende combinaties zijn toegestaan: Voor de fokkerij zijn uitsluitend combinaties van honden met de eindbeoordeling A (negatief), B (Tc) of C (licht positief) toegestaan, met dien verstande dat een hond met de uitslag C alleen gebruikt mag worden in combinatie met een hond met de uitslag A. |
|
|
4.3.2. |
PRA: van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder zijn. Het onderzoek naar PRA moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden voorafgaand aan de dekking. |
|
|
4.3.3. |
Cataract: van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder zijn. Het onderzoek naar cataract moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden voorafgaand aan de dekking. |
|
|
4.3.4. |
Distichiasis: van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder zijn. Het onderzoek naar distichiasis moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden voorafgaand aan de dekking. Lijders aan Distichiasis dienen van de fokkerij te worden uitgesloten. Een ouderdier, die zelf geen lijder is, maar waaruit een lijder is voortgekomen, mag voor de fokkerij worden gebruikt, doch niet in dezelfde combinatie. Indien uit een andere combinatie eveneens een lijder is voortgekomen, dient ook dit ouderdier te worden uitgesloten voor de fokkerij. |
|
|
4.3.5. |
Retina Dysplasie: beide ouderdieren dienen ten tijde van de dekking, zoals blijkt uit een oogonderzoek (voorlopig) vrij te zijn verklaard van Retina Dysplasie ( RD ). Het onderzoek naar RD moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden voorafgaande aan de dekking. |
|
|
4.3.6. |
Entropion en Ectropion: Van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder zijn. Het onderzoek naar entropion/ectropion moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden voorafgaande aan de dekking. |
|
|
4.3.7. |
Epilepsie: ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet. |
|
|
|
|
| 5. |
GEDRAGSREGELS |
|
5.1. |
Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven, of wanneer de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter bevat, zoals redelijkerwijs van het betreffende ras mag worden verwacht. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt. |
|
5.2. |
Gedragstest: als er gedragstesten moeten plaatsvinden, zal dit onder auspiciën en/of met toestemming van de Commissie Gedrag van de Raad van Beheer conform de voor deze testen opgestelde protocollen. |
|
|
|
|
| 6. |
KWALIFICATIEREGELS |
|
6.1. |
Kwalificatie: beide ouderdieren dienen in het algemeen, behoudens enkele onvolkomenheden die het ideale rasbeeld verstoren, aan de voor het betreffende ras geldende rasstandaard te voldoen. |
|
6.2. |
Beide ouderdieren dienen op een CAC- of CACIB-tentoonstelling of op een kampioenschapsclubmatch eenmaal de kwalificatie “Z.G.” of “U” te hebben behaald of een kwalificatie of een “CQN” te hebben behaald op een CAC/CACIT-veldwedstrijd of in het bezit te zijn van het jachtgeschiktheidscertificaat van de rasvereniging. |
|
|
|
|
| 7. |
REGELS AFGIFTE PUPS |
|
7.1. |
Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort. |
|
7.2. |
Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 weken. |
|
7.3. |
De verkoop van de pups zal schriftelijk worden vastgelegd door een door de Raad vastgestelde koopovereenkomst of door een door de Raad erkende koopovereenkomst van de Rasvereniging. Op basis van deze koopovereenkomst hebben de fokker en de pupkoper het recht om zich bij eventuele geschillen, over de naleving en/of de uitleg daarvan, te wenden tot de Geschillencommissie. |
|
7.4. |
Indien de verkoop van de pups niet schriftelijk wordt vastgelegd of indien deze wordt vastgelegd in een niet door de Raad vastgestelde of erkende koopovereenkomst, verspeelt de verkoper het recht zich bij eventuele geschillen te wenden tot de Geschillencommissie. De koper van een hond met een Stamboomcertificaat of een Afstammingsbewijs kan zich te allen tijde tot de Geschillencommissie wenden. |
|
|
|
|
| 8. |
SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN |
|
8.1. |
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad van Beheer in overleg met het bestuur van de rasvereniging. |
|
8.2. |
Tegen beslissingen van de rasvereniging en/of de Raad van Beheer, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij de Commissie Certificering respectievelijk de Geschillencommissie voor de Kynologie, in overeenstemming met het bepaalde in het reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie. |
|
8.3 |
Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad van Beheer, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van dit Rasspecifiek Fokreglement. |
|
8.4. |
Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad van Beheer, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van dit Rasspecifiek Fokreglement. |
|
8.5. |
Dit reglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt. |
|
8.6. |
Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen. |
|
|
|
|
| 9. |
INWERKINGTREDING |
|
Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt in werking op het tijdstip zoals dit is bepaald in het convenant Certificering dat de rasverenging met de Raad van Beheer sluit en waar dit rasspecifiek fokreglement onderdeel van uitmaakt.
|
 |
Download Fokregelement
|
<< Terug |